Overslaan en naar de inhoud gaan
Home > Over ons > Nieuws > Persbericht: 15 miljoen euro voor bouw en ontwikkeling van activiteiten van Flanders Make in Kortrijk

Persbericht: 15 miljoen euro voor bouw en ontwikkeling van activiteiten van Flanders Make in Kortrijk

Focus op productie-innovatie zal competitiviteit
van de Vlaamse maakbedrijven versterken

Lommel – 16 mei 2018. De Raad van Bestuur van Flanders Make, het onderzoekscentrum voor de maakindustrie, heeft beslist om de uitbouw van zijn activiteiten in West-Vlaanderen te realiseren op de site Graaf Karel de Goedelaan in Kortrijk, via een erfpacht op de gronden van UGent en Howest. Flanders Make heeft nu al vestigingen in Lommel, met focus op automobiel onderzoek en in Leuven, waar machinebouw centraal staat. Vanuit Kortrijk zal Flanders Make de maakbedrijven vooral ondersteunen bij hun productie-onderzoek en -innovatie. Zo kunnen zowel grote bedrijven als KMO’s uitgroeien tot modelfabrieken voor de toekomst, die wereldwijd aan de top staan. 

“West-Vlaanderen is het hart van de Vlaamse productiesector”, zegt Urbain Vandeurzen, Voorzitter van de Raad van Bestuur van Flanders Make. “Voor Flanders Make is deze nieuwe vestiging in Kortrijk, vlakbij andere kennisinstellingen en productiebedrijven, enorm belangrijk. We  creëren hier een sterk ecosysteem van kennisactoren en bedrijven die onze maakindustrie samen zullen versterken. Zo zetten we voluit in op een bloeiende Vlaamse industrie, met bedrijven die  wereldwijd mee aan de top blijven staan.”

Investeren in productie-ontwikkeling is levensnoodzakelijk

Productie-ontwikkeling is, naast productontwikkeling, van fundamenteel belang voor bedrijven die competitief willen blijven. Produceren in kleine series, aan de kost van massaproductie is een van de grootste uitdagingen voor bedrijven in Vlaanderen vandaag. En dit is dan ook een belangrijk element in de strategie van Flanders Make.

Geert Ostyn, Ondervoorzitter van Flanders Make en VP Weaving Machines bij de Picanol Group licht toe: “Wij maken bij Picanol weefmachines die overal ter wereld gebruikt worden, in uiteenlopende omstandigheden. De eisen van onze klanten worden ook steeds specifieker. Alleen door te investeren in een uiterst flexibele hoogtechnologische productie-omgeving kunnen wij de machines maken die onze klanten verwachten. Door onze krachten te bundelen met Flanders Make, met andere bedrijven die voor gelijkaardige uitdagingen staan en met andere kennisinstellingen, kunnen we samen tot de meest vernieuwende oplossingen komen en concurrentieel zijn met behoud van productie in Vlaanderen.”

“We werken al jarenlang met vele bedrijven uit de regio samen, zegt Dirk Torfs, CEO van Flanders Make. “Vanuit Kortrijk zullen we zowel grote bedrijven als KMO’s nog beter ondersteunen met productie gerelateerd onderzoek en innovatie, gebruik makend van digitalisatie (industrie 4.0), om hun productieprocessen te verbeteren en te versterken. Zo kunnen ze uitgroeien tot zeer performante productievestigingen en “factories for the future” in Vlaanderen, die gepersonaliseerde producten maken aan de kosten van serieproductie en wereldwijd aan de top staan.”

Groeien met de steun van de Vlaamse overheid

Vlaams Minister van Innovatie, Philippe Muyters, ondersteunt Flanders Make in deze nieuwe stap in zijn verdere groei: “Vanuit de Vlaamse Regering trekken we 15 miljoen euro uit voor de bouw en de ontwikkeling van de activiteiten in de West-Vlaamse vestiging van Flanders Make. Ik ben ervan overtuigd dat onze Vlaamse maakbedrijven hun concurrentiepositie in Europa fundamenteel zullen versterken dankzij de samenwerking aan onderzoek en innovatie in het nieuwe innovatie-ecosysteem dat nu gevormd wordt.”

Minister-president Geert Bourgeois concludeert: “De Vlaamse regering zet volop in op de Vlaamse maakindustrie als een belangrijke troef voor onze toekomstige welvaart. Met het versterken van de samenwerking  kiezen we resoluut voor innovatie en verstevigen we onze concurrentiepositie. Bovendien krijgt West-Vlaanderen, dat buiten de Vlaamse Ruit ligt, met de komst van de nieuwe site van het onderzoekscentrum een extra economische impuls.”